Op zoek naar vertrouwen in wetenschapsexperten

Wetenschapsexperten zijn vaak niet rijk, en kunnen ze geen brute macht uitoefenen over anderen. Echter, dankzij hun scholing hebben ze wel een hoge status in de maatschappij, in de zin van prestige en invloed. Er wordt naar hen geluisterd.

Hoe kan je dan als ‘doorsnee burger’ kritiek uitoefenen op deze experts? Je hebt ten slotte geen titel als ‘PhD in virology’ achter je naam staan. Als je toch kritiek uitoefent, loop je het gevaar om in de kamp geschoven te worden van complottheoristen, wetenschapsontkenners, of ongeschoolde ideoloog.

Als ‘doorsnee burger’ is het daarom moeilijk een daarom moeilijk een evenwichtig standpunt in te nemen, tussen blind vertrouwen en een even onnadenkend wantrouwen.

Hoe kunnen we zowel naïviteit als paranoia vermijden?

In deze dubbele post start met het publiek debat en geef een klein wetenschappelijk overzicht. In de tweede helft stel ik hoe we de adviezen van experten momenteel moeten vertrouwen (als nobele leugens), en hoe experts in de toekomst vertrouwenswaardiger zouden kunnen zijn (met een deontologie).

Het Belgisch publiek debat schippert tussen vertrouwen en wantrouwen

In de voorbije week is er nu (eindelijk) kritiek gekomen op de wetenschappelijke experts, maar het lijkt nog niet goed te worden geplaatst.

Vooral de figuur Marc Van Ranst wordt steeds controversiëler. Nadat hij had toegegeven op Ter Zake dat het afraden van mondmaskers een ‘strategie’ was, wordt hij nu aangevallen door rechtse politici. Hij wordt verdedigd door linkse politici, die de aandacht op vestigen dat figuren als Van Ranst helpen “geruchten en samenzweringstheorieën te ontkrachten”. Om de scepsis tegen te gaan worden de communicatievaardigheden van de experten expliciet aangeprezen: stellingen dat “mondmaskers voor iedereen weinig zin hebben” worden bijvoorbeeld gecomplimenteerd als “sec en duidelijk”.

Dit schipperen was ook zichtbaar in een discussie in De Standaard, waar een academicus (om wat kort door de bocht te gaan) vertrouwen in wetenschap probeerde onderuit te halen omdat experten en technocraten zouden uit zijn op controle en een surveillantiestaat. Hij kreeg dan een respons een andere groep academici hem de facto van wetenschapsontkenning en quasi-complotdenken beschuldigden.

Laten we eerst starten met een paar belangrijke stellingen tegen het licht van wetenschappelijk onderzoek te houden.

Drie stellingen van experten die niet strikt-wetenschappelijk waren

Stelling 1. “Covid-19 is vergelijkbaar met de griep”

  • Feiten. Zie vorige post.

  • Conclusie. Niemand had met zekerheid kunnen weten dat een pandemie losbarsten, niet alleen door de onvolledige data maar ook door de grote onzekerheden die rusten op epidemiologische modellen. En toch was de rotsvaste overtuiging dat Covid-19 vergelijkbaar was met de griep al weken misplaatst. Richard Horton, redacteur van The Lancet, hekelt ook hoe bepaalde experten in Johnsons kabinet zich schuilen achter de stelling dat ‘de wetenschap veranderd is’.

  • Waarom werd de stelling toch gemaakt? Mijns inziens is de beste verklaring dat niemand als onheilspellend profeet wil bestempeld worden. Zie later.

Stelling 2. “Mondmaskers zijn nutteloos” (hier of hier)

  • Feit 1. Er zijn studies in de Health and Safety Laboratory (VK) uitgevoerd die tonen dat mondmaskers het aantal doorgelaten (influenza) viruspartikels gemiddeld verminderd met een factor 6.

  • Feit 2.  Experten in vele Aziatische landen, waar er ervaring is opgebouwd door de voorbije SARS en MERS epidemies, proberen mensen net wel aan te zetten tot het dragen van maskers. (Waarom kunnen wij niet aannemen dat zij iets weten waar wij nog geen kennis van hebben? Waarom alleen vertrouwen in nationale experten, en niet in de buitenlandse experten?)

  • Conclusie. Chirurgische mondmaskers zijn niet nutteloos, en helpen zowel de kans op infectie als de kans op zware infectie te verminderen.

  • Waarom werd de stelling toch gemaakt? Omwille van het tekort onder medisch personeel, die het veel harder nodig heeft omdat ze worden blootgesteld aan grote hoeveelheden virus. Dit leek de voornaamste motivering in België te zijn en ook in landen als the V.S. waar oorspronkelijk een gelijkaardig advies werd gegeven.

Stelling 3. “Met 1.5m afstand ben je veilig”

  • Feit 1. Deze studie toonde hoe SARS-CoV-2 in aerosol-vorm de lucht kan blijven hangen gedurende uren. Zie grafiek. Echter, de studie produceerde de druppels relatief kleine druppels met een vernevelaar. Grotere druppels blijven niet zo lang hangen als kleine druppels. Dus wat gebeurt er als we niezen of hoesten: zijn dat ‘grote’ of ‘kleine’ druppels? Onduidelijk.

  • Feit 2: Deze studie toonde hoe SARS-CoV-2 niet in de lucht blijft hangen in (geventileerde) ziekenhuiskamers met Covid patiënten. Een andere studie vond hoge concentraties virus werden terug op de ventilatoren. Hoeveel blijft het virus hangen zonder ventilatie? Onbekend.

  • Feit 3: Bij het niezen kunnen waterdruppeltjes tot 8m ver worden uitgestoten.

  • Conclusie. Een afstand van 1.5m bewaren betekent niet dat je ‘zonder risico’ bent. Het verlaagt de risico, maar hoe laag is het risico? Als iemand in je richting niest, dan is 1.5m sowieso onvoldoende. Maar wat als je komt op een plek waar 5-min voordien een geïnfecteerde persoon was? De kans is ‘redelijk’ laag dat je wordt geïnfecteerd. Maar hoe laag? Niemand weet het …

  • Waarom werd de stelling toch gemaakt? Een factor zou kunnen zijn dat mensen “niet risicoloos” verwarren met “riskant”, en dus onterecht bezorgd zouden worden. (Met de auto rijden is nooit risicoloos, maar toch is het ook niet riskant.) Dit zou als ongewenste gevolgen kunnen hebben voor de publieke gezondheid, zoals mensen die niet meer naar buiten gaan om te sporten.

Stellingen van experten zijn vaak nobele leugens

Bij publiek advies moet er altijd vereenvoudigd worden. Je kan moeilijk op een persconferentie alle wetenschappelijke details en graden van waarschijnlijkheid weergeven.

Maar de voorbeelden boven gaan verder dan loutere vereenvoudiging. Er wordt een draai gegeven aan de waarheid. Daarom wil ik voorstellen dat de stellingen van experten nobele leugens zijn.

De nobele leugen aldus Plato was een mythe die het volk nodig had om de sociale harmonie te bewaren.

Zo ook vele stellingen van experten, die uitgaan van wetenschappelijke competentie EN intenties om publieke gezondheid te bevorderen. Om het met een formule uit te drukken: publiek advies = wetenschap + goed-bedoelde gedragsmanipulatie. 

Als iemand als Van Ranst stelt ‘Covid is vergelijkbaar met de griep’, dan heeft hij een berekening gemaakt op basis van wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke overwegingen, maar die berekening is niet noodzakelijk te wantrouwen omdat het ook niet-wetenschappelijke overwegingen.

Dit is wat confronterend te beseffen, omdat experts publiekelijk vertrouwen eisen omwille van hun expertise — niet omwille van hun goede bedoelingen. Als die zelfde experts dan later toegeven dat hun stelling een “strategie” was, wordt dit als bedrog ervaren door velen.

Ik wil suggereren dat we dit niet als bedrog hoeven te ervaren. Hoewel mijn voorkeur zou zijn voor een eerlijker, minder paternalistisch model van communicatie, is het ook belangrijk te erkennen dat de bedoelingen goed (‘nobel’) zijn, en dat dit paternalisme zeer menselijk is als je veel vertoefd in de kringen van de elite.

Willen de media en politici nobele leugens?

We hierbij mogen ook dus niet te veel verantwoordelijkheid leggen bij individuele wetenschapsexperten. Ze nemen waarschijnlijk geen bewuste beslissing om een draai aan de wetenschappelijke feiten te geven – het lijkt een complexer fenomeen.  

De Standaard had eens Marc Van Ranst geschaduwd voor een dag, en dat geeft ons een kijkje op zijn huidige positie in de maatschappij.  Blijkbaar, op een gemiddelde dag, heeft Van Ranst meerdere ministers en journalisten aan de lijn. Dan beslist hij of gestrande toeristen in Tenerife “fit to fly” zijn: hun lot ligt dus in zijn handen. Het is duidelijk dat een figuur als Van Ranst velen van de politieke en journalistieke elite tot zijn netwerk mag rekenen.

Dit is belangrijk, want het is zeer menselijk om uw vrienden en/of kennissen niet te willen kwetsen of teleurstellen. Omgekeerd zijn we het hardst voor mensen die we niet kennen. Daarom zie je bijvoorbeeld meer islamafobie in streken of landen waar er weinig moslims zijn (grafiek hier).

Het netwerk van zulke wetenschappelijke experts helpt begrijpen waarom experten bepaalde stellingen hebben gemaakt — zoals Covid-19 tot het laatste te blijven relativeren. (Ik ga uit dat ze niet nalatig waren en dus op de hoogte waren van de recentste studies in de top medische tijdschriften.) Stel dat ze hadden gezegd in februari “we moeten in lockdown”, niet alleen zouden weinigen hen geloofd hebben, maar de politici en journalisten in hun netwerk zouden daar niet gelukkig mee zijn geweest, en dus zouden de experten aan autoriteit en status hebben ingeboet.

Het is gevaarlijk om een ‘profeet’ te zijn, en tegen de stroming in te gaan. Als je fout bent, word je zeer afgestraft. Als je correct blijkt te zijn, dan word je misschien aanzien als excentrieke genie of onafhankelijke denker – maar zulke personen worden niet vaak geplaatst in leiderschapsposities. Het is daarom veiliger om aan te voelen waar de opinie meerderheids naartoe gaat, en deze trend te volgen.  

Hoe wetenschapsexperts vertrouwenswaardiger kunnen zijn

Kunnen we beter? Wel, eerst wil ik benadrukken: het kan erger. Wetenschapsexperten, zelfs met hun huidige communicatieethiek, zijn ver te verkiezen boven de alternatieven van populistische politici en bijgeloven. Zo heb je uitspraken als “ik zou niets van Covid-19 voelen omwille van mijn atletisch verleden (Bolsonaro, president Brazilië)”, en geruchten zoals het drinken van koe-urine zou helpen (Indië).

In het algemeen lijkt het geen goed idee dat politici zich inmengen in publiek advies: toen Trump een bepaalde anti-malariastof promootte, nam een Amerikaans koppel dat iets te letterlijk en dronken ze schoonmaakmiddel met die stof, met fatale gevolgen vandien.

We kunnen niet zonder wetenschapsexperten.

Daarom zou de focus moeten liggen de experten die we hebben te verbeteren, door eerlijkere communicatie. Ten slotte, de doorsnee burger luistert naar een wetenschappelijke expert omwille van hun wetenschappelijke expertise, en niet omwille van hun inzicht in beleid.

De twee gescheiden houden lijkt mogelijk zijn zonder de eenvoud en duidelijkheid van adviezen te compromitteren. Betreffende mondmaskers had men kunnen communiceren: “maskers werken uitstekend, maar ons medische persooneel – een beetje zoals de brandweermannen in Chernobyl – hebben bescherming echt nodig.” Betreffende afstand bewaren: “We weten niet of kleine hoeveelheden virus kunnen blijven hangen; daarom is het belangrijk om zo veel mogelijk afstand te bewaren. Zeker meer als 1.5m.”

Experten en beleidsmakers hebben er zelf belang bij om hun imago van vertrouwenswaardigheid te waarboren. Door beleid en wetenschap op een niet-transparante manier te vermengen wordt zuurstof gegeven aan diegenen die onheilspellende motieven willen zien in wetenschapsexperten. Sommigen gaan denken: als ze zelfs niet eerlijk zijn als het over mondmaskers gaan, kunnen de experts nog wel vertrouwd worden in het algemeen?

Uiteindelijk zou er een gedragscode of deontologie moeten komen voor wetenschappelijke experten. Publiek advies lijkt geleid te zijn door twee verschillende diensten: de wetenschappelijke stand van zaken weergeven, en de publieke gezondheid. Die diensten lopen niet altijd gelijk, en moeten vaak afgewogen worden. Puntje nummer 1 bij een dergelijk deontologie zou zijn: communiceer eerlijk over hoe je de wetenschap hebt geïnterpreteerd, en welke lessen die je daaruit hebt getrokken om de publieke gezondheid te bevorderen.

Het redeneerproces moet niet alleen transparanter gedaan worden, maar in vele gevallen ook beter. Bij een pandemie worden experten gekozen met een competentie in virologie en/of epidemiologie; echter, de competentie om complexe ethisch-wetenschappelijke afwegingen te maken is ook belangrijk. Alleen zo zouden de experten echt ons vertrouwen mogen eisen.

In de tussentijd moeten we als doorsnee burgers wat op ons hoede zijn voor de publieke adviezen: ze doen zich vaak onterecht voor als onomwonden wetenschappelijke statements, maar toch mogen we ze ook niet automatisch wantrouwen want ze worden gesteld door goed-bedoelde & competente wetenschappers.